interview met muzikant Dijf Sanders: ‘Over muziek moet je niet te veel nadenken. Je moet het voelen’

Even stilstaan bij de dingen. Wat tijd maken voor contemplatie in plaats van alles zomaar voorbij te laten razen. Het lijkt muzikant en componist Dijf Sanders geen slecht idee. Zozeer niet zelfs, dat hij er een plaat en theatertournee aan wijdde. De titel Puja slaat op een ritueel uit Nepal dat net dat beoogt.

‘Een puja is een dagelijkse ceremonie die bij je thuis, op het werk of op een sacrale plek kan plaatsvinden’, legt Dijf Sanders uit. ‘Je eert een god naar keuze of bewierookt het leven, dus eigenlijk vul je die kleine ceremonie helemaal in zoals je zelf wil.’ Met goden is de gemiddelde westerse mens niet echt veel bezig. ‘We investeren meer in de goden van entertainment en ego’, vindt de muzikant. ‘In het oosten selecteer je enkele goden die je het best bij jou vindt passen, en die geef je dan aandacht. Je kunt bidden, maar dat hoeft zelfs niet: aan hen denken volstaat. Ik ben zelf niet gelovig, maar ik vind het niet zo’n slecht idee om elke dag even stil te staan bij de dingen en niet gewoon alles voorbij te laten razen. Zo loop je tenslotte alleen maar jezelf voorbij.’

Trip met tempeltechno

‘Tempeltechno’ vindt Dijf Sanders een prima term voor zijn plaat. ‘De show wordt één lange, meditatieve, trance-achtige trip’, vertelt hij. ‘En natuurlijk zitten er de nodige knipogen in naar Nepalese monniken, getriggerd door drumstellen en clashende dissonanten.’ Bezwerend en koortsig moet het worden, met de geur van wierook uit oosterse tempels in de neusgaten, maar wel met een toets westerse interpretatie erbovenop. ‘Het voelt authentiek, maar het is toch vooral een alternatieve realiteit of een parallel universum dat ik probeer te creëren.’ De tournee kende een halve start in september vorig jaar. ‘Noem het gerust een kwartje van een start: we hebben toen een paar shows kunnen spelen met een handvol mensen in het publiek die niet mochten feesten of dansen.’ Nu mag alles voor de muzikant weer meer dan voluit…

Ik kan je alleen maar aanbevelen om eens op den bots naar een optreden te gaan van iemand die je niet kent. Als je die avond niets te doen hebt, en er zijn nog tickets, waarom niet? Geef het een kans!’

Hoewel Dijf Sanders zijn geluid uiterst geschikt vindt voor woonkamers, komt muziek toch nergens zo tot leven als op een podium, of het nu in openlucht op een festival staat, of in de besloten cocon van een club of theater. ‘In een zaal heb je de ruimte volledig onder controle. Je weet bijvoorbeeld precies hoe de lichtshow eruit zal zien. En het publiek komt met een ticket, dus blijft meestal van begin tot eind, bijna zoals in de bioscoop. Omdat ik het gevoel heb dat het publiek beheersbaarder is, zal ik het ook sneller toespreken dan op een festival. Festivals hebben dan weer een aparte sfeer. Ik hou van allebei, hoor, en de show is op alle plekken even intens.’

Goeie vibe

Dijf Sanders’ naam duikt dit seizoen twee keer op in het programma van Leietheater. Samen met Linde Carrijn verzorgde hij de soundtrack van de theatervoorstelling Babel van LOD/Steve Salembier. Wanneer Sanders de rest van het programma even overloopt, blijft zijn oog vooral bij twee namen in de muzieksectie hangen. ‘Tof dat Vive la fête komt!’, vindt hij. ‘Ik heb die groep nooit zo gevolgd, tot mijn vriendin er eens enkele nummertjes van oplegde. Ze voelden als gepimpte, old school, Franse popsongs uit de jaren 70, echt heel leuk.’ Ook naar Catwalk van het piepjonge duo Schntzl is Sanders benieuwd. ‘De eerste keer dat ik hen heb zien spelen, was ik onder de indruk van hun uitgepuurde minimalisme. Het had tegelijk iets komisch en iets heel ernstigs. Die mannen hebben een behoorlijk goeie vibe…’

Er staan ook enkele namen op het programma die Dijf Sanders niet kent. ‘Als dat gebeurt, kun je natuurlijk online beginnen zoeken. Zo kom je meteen te weten of een bepaalde groep je ligt of niet. Maar ik kan je ook aanbevelen om gewoon op den bots naar een optreden te gaan. Als je die avond niets te doen hebt, en er zijn nog tickets, waarom niet? Geef het een kans! Vind je het niets, dan kun je altijd subtiel de zaal verlaten. En anders ontdek je misschien nog eens wat. Muziek is heel duidelijk op dat vlak: je moet er niet te veel over nadenken. Je moet het voelen, met je hart. Is het je ding niet? Niet erg, hopelijk een volgende keer dan wel.’

Muziekverslaving

Zelf wordt Dijf Sanders veelvuldig omschreven als multi-instrumentalist. ‘Ai’, reageert hij lachend. Toch past het label hem. Toen hij 15 werd, gaf zijn broer hem een gitaar cadeau. ‘Tot dan was ik nooit met muziek bezig geweest. Ik wou vooral gitaar spelen omdat ik gemerkt had dat jongens met gitaren aan het kampvuur altijd meer meisjes kregen dan jongens zonder. Die vele meisjes, dat is nooit gelukt. Maar ik vond wel plots een doel in mijn leven. Muziek werd een soort verslaving. En dan vooral nog muziek programmeren. Ik ben namelijk heel snel overgeschakeld naar de computer als basisinstrument.’

Alle andere instrumenten kun je zien als verlengingen van of voeding voor de computer. ‘Ik beheers geen enkel instrument zoals het eigenlijk bedoeld is, ik ben op geen enkel instrument echt virtuoos. Maar als je een muzikant met wat feeling bent, dan kun je eender welk instrument oppakken en er iets mee doen. Ik kan dus inderdaad mijn plan trekken met de meeste instrumenten. Wat ik ermee doe neem ik op op computer, zodat ik daarop verder kan arrangeren. De computer zorgt er dus voor dat ik niet verder hoef te oefenen op de instrumenten. En als ik dan echt een goeie blaassectie nodig heb, bijvoorbeeld, dan bel ik uiteraard een stel professionele blazers, met wie ik mijn arrangementen opneem.’

interview door Ines Minten

Bekijk hier het videointerview met muziekproducer Dijf Sanders en programmator Christophe Blomme (c)Marieke Dermul

Gepubliceerd opwoensdag 22 september 202116.07 u.