interview met choreograaf Alexander Vantournhout: ‘We hebben best al een band opgebouwd met het publiek uit Deinze’

Hoe jong Leietheater ook nog is, Alexander Vantournhout is hier kind aan huis. Op de opening van het centrum bracht de choreograaf al fragmenten uit zijn voorstelling Screws. Dit seizoen brengt hij Contre-jour naar Deinze: ‘Het is fijn om met achtereenvolgende voorstellingen naar eenzelfde speelplek terug te keren. Zo bouw je een band op met het huis en zijn publiek.’

‘Wij kennen Leietheater al van toen het nog in de steigers stond’, vertelt choreograaf Alexander Vantournhout. ‘Op de opening mochten we fragmenten uit onze voorstelling Screws brengen, en voor die voorstelling doen we vooraf altijd verscheidene locatiebezoeken. De eerste keer dat we hier waren, had de zaal nog geen stoelen. En ook op de opening kon één en ander nog een finishing touch gebruiken. Voor het publiek leek alles al perfect in orde, maar de loges waren nog niet helemaal af. Dat is typisch voor een opening, en ik vond het wel interessant om mee te maken: op zulke momenten heerst een zekere stress die makers en organisatoren met elkaar delen.’

Sindsdien stond de integrale Screws in Deinze en later ook Through the Grapevine. ‘Het is fijn om met opeenvolgende voorstellingen naar eenzelfde plek terug te keren. Zo bouw je een band op met het huis en zijn publiek en komt er ook een dialoog tot stand. Wanneer toeschouwers meerdere van je voorstellingen hebben gezien, kunnen ze onderlinge verbanden beginnen leggen.’

Plaatselijke cultuurcentra zijn voor Vantournhout en zijn gezelschap Not standing altijd heel belangrijk geweest. ‘De cultuurcentra hebben ons eigenlijk sneller opgepikt dan de kunstencentra’, vertelt hij. Bovendien komt de choreograaf zelf uit een kleine stad, waardoor hij een bereikbaar, lokaal podiumaanbod nog extra is gaan appreciëren. ‘Als ik vroeger in Roeselare nooit de kans had gekregen om dans, circus of theater te zien, dan had ik misschien wel nooit dit beroep gekozen.’

‘Als ik in de kleine stad waar ik ben opgegroeid nooit de kans had gekregen om dans, circus of theater te zien, dan had ik misschien wel nooit dit beroep gekozen.’

Creatief met sporen

Komend seizoen brengt Alexander Vantournhout zijn nieuwste voorstelling naar Leietheater. Voor Contre-jour plaatst hij vijf vrouwelijke performers in een verlaten zandvlakte. Daardoor staat de choreograaf voor het eerst niet zelf op het podium. ‘Ik wou het stuk decentraliseren van mijn eigen lichaam. Daarom werk ik ook met vrouwelijke performers: zij hebben heel andere lichamen. Een vrouwelijke heup biedt bijvoorbeeld iets meer stabiliteit dan die van een man.’

Op een zandlaag van 10 centimeter experimenteren de performers met sporen. Vantournhout bestudeerde in de voorbereiding onder meer de sporen van uiteenlopende diersoorten. ‘Bij een roedel wolven trekt de eerste wolf het spoor en volgen de andere dat exacte spoor: je krijgt er dus maar één voor vijf of zes dieren. Een kat laat dan weer een tweepotig spoor na, terwijl ze vierpotig is. En zo vind je in de dierenwereld allerhande interessante algoritmes waar wij mee aan de slag zijn gegaan.’ Het zand maakt de choreografie zichtbaarder en minder afgelijnd. ‘In mijn vorige voorstellingen werkte ik vaak met tegengewichten, precaire evenwichten en heel precies getekende bewegingen. Op zand krijg je meer chaos. Er dwarrelt van alles en je hebt er minder grip op, waardoor je wel weer beter kunt draaien en glijden.’

De performers zingen ook zelf. ‘Zang is de muziekvorm die het dichtst bij het eigen lichaam staat. Het geluid smelt mooi samen met de choreografie, zodat de muziek geen externe factor is. De zang is trouwens een extra reden waarom ik niet zelf op het podium wilde staan. Zingen ligt niet meteen in mijn capaciteiten’, grapt de choreograaf.

Dansende autolichten

Alexander Vantournhout tipt met plezier enkele andere namen uit het programma van dit seizoen. ‘Ik ben fan van Lisbeth Gruwez, dus naar dat dans- en muziekconcert waar ze nu mee komt, kijk ik alvast uit. En dan is er Fase van Rosas: heeft zo’n meesterwerk nog reclame nodig?’ vraagt hij zich af. ‘Springville van Miet Warlop heb ik ook altijd een straffe voorstelling gevonden. Daar doen trouwens ex-performers van ons in mee... Oh, en had ik het al over Firebird?’ Honderd jaar na Stravinsky’s vuurvogelsuite componeert Touki Delphine een symfonie voor meer dan 600 dansende autolichten. In Deinze vindt op 6 november de Belgische première plaats. ‘Ik heb die voorstelling tijdens het Oerolfestival op Terschelling in openlucht gezien’, vertelt Vantournhout. ‘Ik vond het toen een heel speciale ervaring en ik vraag me dan ook af hoe de theaterversie eruit zal zien.’

interview door: Ines Minten

Bekijk hier het videointerview met Alexander Vantournhout en programmator Sarah Verzele: 

Gepubliceerd opwoensdag 22 september 202116.01 u.